Voorkeuren voor geluidsopname

Het apparaat dat is geselecteerd in het venstermenu Invoerapparaat wordt gebruikt voor het opnemen van geluid. Systeemstandaard betekent dat het geluidsinvoerapparaat wordt gebruikt dat is geselecteerd in het paneel 'Geluid' van Systeemvoorkeuren van Mac OS X. Het menu bevat mogelijk niet de apparaten die in gebruik zijn door een ander programma. Als u een dergelijk apparaat wilt gebruiken, moet u eerst het programma afsluiten om het apparaat te kunnen kiezen uit het menu.
Wanneer u een invoerapparaat hebt geselecteerd, kiest u uit het venstermenu voor compressie een schema voor geluidscompressie. Er zijn vooraf gedefinieerde instellingen voor een betere geluidskwaliteit en voor betere prestaties (minder verbruik van geheugen). U kunt ook zelf een compressie-instelling aanpassen.
Tijdens een opname wordt er een tijdelijk geluidsbestand aangemaakt. De inhoud van dit bestand wordt zodra de opname is voltooid overgebracht naar het opbouwbestand. Als er tijdens de opname een probleem optreedt en het geluidsbestand niet kan worden overgebracht naar het opbouwbestand, kunt u het geluidsbestand terugvinden in de map voor tijdelijke opnamen. In het veld Tijdelijke opnamemap kunt u aangeven waar het tijdelijke geluidsbestand moet worden aangemaakt.